Club‎ > ‎

Historiek

1967 - 1968

Op een mooie dag van het jaar 1967, het is toch al zo lang geleden, begon in Butsel de bal, we bedoelen dan de voetbal, letterlijk en figuurlijk te rollen.
In het café “In de Welkom”, toen uitgebaat door de sportieve man F. Crabbé, werd een nieuwe sportvereniging opgericht: een voetbalclub.
Dat was nu geen groot nieuws in dat café, voor meerdere sporten was “In de Welkom” de bakermat geweest. We schrijven wel bakermat, want veel verder zijn de meeste verenigingen, die er het levenslicht zagen, niet geraakt. Ofwel waren het doodgeboren kinderen, ofwel stierven ze langzaam in hun prille jeugd.
Voor koning voetbal lagen de kaarten blijkbaar anders, dat hebben wij nu na zoveel jaren voetbal in Butsel wel kunnen vaststellen.
Voor deze sporttak werden er in Butsel voldoende mensen gevonden die de nodige ambities, het idealisme en vooral het doorzettingsvermogen bezitten, om een voetbalclub door al die jaren en komende jaren op voortreffelijke wijze te runnen.
Wanneer we nu terugdenken aan de moeilijke beginperiode, we zouden ‘pionierstijd’ durven schrijven, dan is het haast onbegrijpelijk dat een voetbalclub zoals Racing Butsel - een club die heden ten dage haar stempel drukt op het sociale leven in ons dorp, en een begrip geworden is dat niet meer weg te denken is uit onze gemeenschap – het ook niet heeft moeten afleggen, zoals zovele andere hierboven vermelde verenigingen.

Alles begon op wankele voeten, niet als Racing Butsel, maar als N.N.N. Butsel. Wanneer wij daarnet schreven dat het ‘op wankele voeten’ begon, dan kan men dat bijna letterlijk zo opvatten. Ter verduidelijking N.N.N. Butsel was namelijk de afkorting van de veelzeggende naam “Nooit Niet Nuchter”. Toch lieten die nooit niet nuchtere jongens zich niet onbetuigd, zelfs verre van. Van al die wedstrijden die ze onder die naam speelden, en dat waren er ongeveer een vijftigtal, werden de meeste gewonnen. Dan moet men er nog rekening mee houden dat het alleen uitwedstrijden waren, want in Butsel beschikte men over geen eigen terrein.
Het succes van deze uitwedstrijden was er de oorzaak van dat men ijverig naar een voetbalterrein in Butsel begon uit te kijken. Dat was echter een ander paar mouwen. Uiteindelijk liet een landbouwer zich overhalen om eens een wedstrijd in zijn weide te laten spelen.
Enthousiast brachten de toenmalige bestuursleden en spelers het terrein in orde. Eerst en vooral moest dat, wat de koeien in de weide overal hadden gedeponeerd, worden verwijderd. Vervolgens moesten de doelen worden aangebracht, t.t.z. in Butselbos werd het nodige hout gevonden om primitieve doelen te vervaardigen. Doelnetten waren er uiteraard niet aanwezig! Kalklijnen aanbrengen was teveel van het goede gevraagd, dat was uit den boze en mocht derhalve niet van de toenmalige boer.
Het terrein werd dan maar afgebakend met koorden!
En zo speelde men in Butsel voor de eerste keer thuis. Men kan erom lachen, en inderdaad, in Butsel werd er gelachen. Maar dan niet met de spelers en de club, maar om de talrijke anekdotes die men in die beginperiode meemaakte, zoals dit voorbeeld:
Het gebeurde in de overgangsperiode dat de club zich wilde laten aansluiten bij de K.B.L.V.B. en dat elke speler een attest van een sportdokter moesten kunnen voorleggen waaruit bleek dat hij geschikt was om voetbal te spelen. Op een dag boden zich een vijftal spelers aan bij een dokter in Tienen. Onze vrienden mochten samen in zijn consultatiekamer binnen. Alles verliep naar wens, tot een bepaalde speler, wanneer hij zijn ogen moest laten nakijken, met de arts een gekende grap uithaalde.
Wanneer de dokter een letter of cijfer beginnende van kleinste tot grootste druk aanwees, schudde hij steeds neen, tot hij uiteindelijk tegen de dokter zei dat hij niet kon lezen. Hij kon dat echter wel en je kunt je allicht voorstellen hoe die andere vier, die wel beter wisten, daar stonden te proesten. Toen die dokter even later vroeg hoe de naam van de club was, dreunde het vijftal in koor: Nooit Niet Nuchter. Kan je het wezen van die dokter voorstellen bij het horen van die naam?

1968 - 1969

We schreven dat de club zich dus wilde aansluiten bij de K.B.L.V.B.

Het was namelijk zo dat in die periode, vele clubs in het Brabantse, dank zij een campagne in de dagbladen, zich lieten aansluiten bij hogervernoemde bond. N.N.N Butsel besloot dus ook die stap te wagen. De heer Lauwers, afgevaardigde van de bond, kwam op 01/11/1968 in het stamcafé de nodige uitleg verstrekken.
Elkeen besefte nu de ernst van de zaak, omdat er statuten moesten worden opgemaakt, waarvan een afschrift ter goedkeuring diende overgemaakt aan de bond.
Er kwamen nog een heleboel plichtplegingen aan te pas, die zwaar op de club drukten: zo moet men op de eerste plaats over een vast voetbalterrein beschikken, dat bovendien voldeed aan de normen van de bond, clubkleuren moesten worden vastgelegd en zoveel meer.
Maar waarin? Een slimmerd, die dacht van Racing Tienen tweedehandstruitjes te bekomen indien men de club ook Racing zou noemen, kwam bedrogen uit. Hij bleek later wat al te naïef te zijn geweest.
De naam ‘Racing’ bleef evenwel behouden, mede door het feit dat er in het begin der veertiger jaren reeds een voetbalclub in Butsel was geweest die deze naam droeg, doch die door de oorlogsomstandigheden wegdeemsterde en uiteindelijk verdween. Alhoewel, verdween? Is het hedendaagse Racing niet als het ware met een navelstreng verbonden met de ploeg uit de oorlogsjaren? Het is immers zo dat de vaders van sommige hedendaagse spelers van Racing Butsel de kleuren van de club uit de oorlogsjaren verdedigden. Racing herrees als het ware, als een feniks uit zijn as, om een grootse vlucht te nemen.
De club droeg nu wel een andere naam, maar er was geen uitrusting.
De truitjes van N.N.N. Butsel konden niet worden gebruikt, aangezien deze naam verboden was door de bond. Men was dus genoodzaakt nieuwe kledij te kopen met geld dat in leen werd gegeven door enkele personen. Het werden uiteindelijk de gekende blauw-witte kleuren (blauw met diagonaal een witte streep voor de trui, wit voor de broek en blauw voor de kousen.
Ondertussen waren er onderhandelingen aan de gang met de heer A. Vandenhoek over het huren van een terrein. Uiteindelijk kwam alles in kannen en kruiken: het hedendaagse plein dat inmiddels is vergroot.
En nog waren alle problemen niet opgelost.
Men beschikte nu wel over een terrein, maar dat zat vol met zware boomstronken. Die moesten eerst worden verwijderd, geen kleine opgave. Maar het doorzettingsvermogen van de bestuursleden en spelers kende paal noch perk. Met man, macht en paard werd alles uit de grond gekapt, gerukt en verband. Het moest, het zou en het werd een mooi bespeelbaar terrein.
Terloops willen we even aanhalen dat het vervoer van het hout voor doelen ook en kleine onderneming was, waar men nu, jaren later nog hartelijk moet om lachen. Met een volkswagen, het toenmalige ’Kevertje’, werden de staanders en dwarsliggers (toch meer dan 7 meter lang) vab kilometers ver aangevoerd.
Uiteindelijk was alles klaar. Met een minimum aan uitrusting, maar met een maximum aan vastberadenheid kon het voetbalseizoen ’69-’70 aanvangen bij de K.B.L.B.V.B., onder de naam ’Racing Butsel’, stamnummer 2/034.
We zouden in gebreke blijven, moesten we de namen van de basisleggers van N.N.N. Butsel en dus ook van Racing Butsel hier niet vermelden.

Voor de vuist weg (met de kans er enkele te vergeten): Crabbé F., Deconinck D., Briké I., Borremans H., Boon M., Ickx R., Geerkens J., Sempels E., Soetemans J., Langendries E., Bollaerts R., Stroobants R., Van Billoen W., Degeest T., Hoeterickx P., Hendrickx F., Malt A., Geuvens F.

Het allereerste bestuur van de club:

Voorzitter: Deconinck D.
Ondervoorzitter: Fets S.
Secretaris: Dumon R.
Penningmeester: Crabbé F.
Commissarissen: Soetemans J., Sempels E., Van Billoen W., Ickx R., Nijs R.

1969 - 1970

Wat dat eerste bestuur van RacingButsel aan moeilijkheden voorgeschoteld kreeg in dit eerste seizoen is onvoorstelbaar. Niet alleen voor het bestuur, ook voor de echtenote van de lokaalhouder. Zoals men weet is voetbal vooral een wintersport, dus regen, modder en noem maar op. Daar de club toen over geen kleedkamers op het terrein beschikte, was men genoodzaakt zich in het lokaal om te kleden, een 200-tal m van het terrein verwijderd.
Dat schiep nogal eens problemen. De caféruimte kon men halveren door een rolluik neer te laten. Daar werden de bezoekers geïnstalleerd. Dat ging nogal, maar ... de spelers van Butsel werden in de keuken (eerder ’keukentje’) ondergebracht om zich te kleden. Dat was telkens een toestand, vooral na een match in de regen. De truien, broeken, kousen en schoenen, meer dan dubbel zo zwaar van modder en vuil, werden tegen de vloer of elders neergekwakt. Dan kon de wasbeurt beginnen, of beter, de overstroming. Twaalf of dertien spelers in het keukentje en evenveel achter het rolluik, morsten in kommen en sleurden met emmers warm en koud water. Was het keukentje om één of andere reden bezet, dan werd de slaapkamer gebruikt, zo liep het water beter de trap af.
Kuisten de spelers en bestuursleden van Butsel hun troep achteraf min of meer op, dan was dat wat anders met de bezoekende ploeg. Zo gebeurde het wel eens dat het vuil water onder het rolluik door het café binnenspoelde.
Dergelijke toestand kon natuurlijk niet blijven duren, maar de nodige financiën om kleedkamers te bouwen waren nog niet voorhanden. Daarom werd een tussenoplossing gezocht. Die werd gevonden bij Labaise Marie, beter gekend als ’Marie van de Lange’. Dat was op een 50-tal m van het terrein en daar kon men over de leegstaande stallen beschikken om zich te verkleden. Een en ander werd wat aangepast, men had er ruimte en ... de varkenstroggen konden best dienst doen als wasbak.

De aansluiting van enkele handelaars uit Butsel bij het bestuur had niet alleen voor gevolg dat zij respectievelijk Voorzitter en Ondervoorzitter werden, maar ook dat het zo noodzakelijke geld in het bakje kwam om de zo gewenste kantine en kleedkamers te bouwen.
Klein en zonder comfort kreeg het bouwsel weldra de naam ’Het Kot’. Van stortbaden en dies meer was er toen natuurlijk in de verste verte geen sprake.
De bron van de kapel O.L.V. van Sterreborne verschafte de club het onontbeerlijke vocht. Dat water is van in den beginne aanleiding geweest tot een open vraag: hebben de spelers zich in Butsel steeds met gewoon bron- of met ...wijwater gewassen?
Daar men nu over een kantine beschikte, waarin langzaam maar zeker de bierkraan steeds verder moest opengedraaid worden, vloeide het bier de kraan uit.
Wat de prestaties van de spelers betrof in dit eerste seizoen bij de K.B.L.V.B., die waren aan de magere kant. Dat verwonderde echter niemand, het spelpeil lag in het liefhebbersverbond veel hoger dan bij de meeste caféploegen waartegen onze jongens tot dan toe waren uitgekomen. Teveel spelers waren begonnen rond hun 20ste en dat was natuurlijk minstens 5 jaar te laat. Door intensief te trainen en het aanwerven van een paar goede spelers van buiten het dorp, ging de spelkwaliteit er sterk op vooruit.